Versjes en liedjes

Raadselliedje:
Zwart, wit, zwart.
Ze liggen niet appart.
Ze horen bij elkaar en kun je raden waar?

Groen en rood. 
Staan samen op een poot.
Ze branden om de beurt, weet jij waar dat gebeurd?

Oversteekliedje:  (wijze vader jacob) 
Oversteken, oversteken
Stoeprand stop! Stoeprand stop!
Kijk naar alle kanten, kijk naar alle kanten,
Kijk, kijk, kijk,       kijk, kijk, kjik.

Over steken, over steken
Let goed op! Let goed op!
Kijk daar komt een auto, kijk daar komt een auto,
Stop, stop, stop,      stop, stop, stop.

Over steken, over steken,
let goed op! let goed op!
Kijk daar komt geen auto, kijk daar komt geen auto,
stap, stap, stap,       stap, stap, stap!

Oversteekmannetje:
Wachten, wachten met de hele groep.
Het mannetje is rood, dus blijf maar op de stoep.
Lopen, lopen, geef me maar een hand.
Het mannetje is groen, dus naar de overkant

Twee handjes op de tafel 
Twee handjes op de tafel 
Twee handjes in de zij
Twee handjes op de schoudertjes 
Op het hoofdje allebei 
Mijn handjes zijn verdwenen 
nu heb ik geen handjes meer
Waar zijn ze nu gebleven………?
Hoepla daar zijn ze weer

In de maneschijn
In de maneschijn, in de maneschijn,
Klom ik op een trapje naar het raamkozijn.
Maar je raad het niet, maar je raadt het niet.
Zo doet een vogel en zo doet een vis,
Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is.
En dat is één, en dat is twee,
En dat is dikke, dikke, dikke tante Kee.
En dat is recht, en dat is krom,
En zo draaien wij het wieltje nog eens om, 
Rom Bom.

Helikopter
Helikopter, helikopter, mag ik met jou mee omhoog?
Hoog in de wolken wil ik wezen,
Hoog in de wolken wil ik zijn.
Helikopter, helikopter,
Vliegen is zo fijn!

De olifant( Op de melodie van "altijd is kortjakje ziek"
Jongens, meisjes, aan de kant,
Want daar komt de olifant.
Grote poten, grote oren
En een lange slurf van voren.
Jongens, meisjes, aan de kant,
Want daar komt de olifant.

De krokodil
De krokodil ligt in het water,
De krokodil ligt helemaal stil.
De krokodil komt steeds een stukje nader …
Hap! Auw, en bijt dan in mijn bil!

(op de melodie van, " op een grote paddestoel", tweede couplet als versje)
Op een heel klein bruggetje
Liep een krokodilletje
Ieder die voorbij kwam
Beet hij in zijn billetje
Stoute stoute krokodil
Bijt jij zomaar in mijn bil
Zal ik de politie halen
Dan moet jij mijn billetje betalen




1,2,3,4(op de melodie van; "1,2,3,4, hoedje van…")
Eén, twee, drie vier, breng je stoel,
Breng je stoel.
Eén, twee, drie, vier, breng je stoel maar hier.
Wij willen nu aan tafel gaan,
Schuif je stoel maar netjes aan.
Eén, twee, drie vier, breng je stoel maar hier.

Hoofd, schouders, knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen , knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen , knie en teen.
Oren, ogen puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen , knie en teen.

Dit zijn mijn wangetjes
Dit zijn mijn wangentjes, en dit is mijn kin.
Dit is mijn mondje met tandjes erin.
Dit zijn mijn oortjes, mijn oogjes, mijn haar.
Nu nog mijn neusje en dan ben ik klaar.

Versje voordat we een koekje eten
Mag ik in jou straatje lopen
Mag ik op jou stoepje staan
Tringelingeling, tringelingeling
Deurtje open, deurtje dicht
Trapjes lopen, voetjes vegen
Kom maar binnen

Liedjes na het buitenspelen
Klop het zand van je kleren
Stamp je voetjes op de grond
Klop het zand van je kleren 
Buiten spelen is gezond
"hoi"

zand in je onderbroek 
zand in je haar
bah wat voelt dat raar
zand in je oren
van achter en van voren
zand, zand, zand (2x)

Visje, visje in het water
Visje, visje in de kom
Visje, visje kan niet praten
Visje, visje draai je om

Versje
Een spinnetje een spinnetje
Die had een lief vriendinnetje
Ze kropen samen in het rond
Over de muur en over de grond
En 's avonds, maakten ze tussen de blaadjes
een huisje van zilveren draadjes
daar liggen ze nu te rusten
dag spinnetjes
welterusten

Achter het gordijntje zat Rozemarijntje
weg gordijntje zei Rozemarijntje
ze waste haar handjes
ze poetste haar tandjes
ze kamde haar haar
en toen was Rozemarijntje klaar

De trein die rijd op wielen, op wielen op, wielen
De trein die rijd op wielen
Op wielen rijd de trein
En daar komt de conducteur
En die knipt de kaartjes deur 
En dan blaast hij op zijn fluit
En dan rijd de trein vooruit
De trein die rijd op wielen, op wielen op, wielen
De trein die rijd op wielen
Op wielen rijd de trein

Ze kunnen zeggen wat ze willen maar de olifant
Die heeft de dikste billen van het hele land
De giraf, die heeft de langste ne-e-ek
En het nijlpaard heeft de grootste be-e-ek!

Hansje pansje kevertje die klom eens op een hek
Neer viel de regen en spoelde Hansje weg
Op kwam de zon en die maakte hansje droog
Hansje pansje kevertje die klom toen weer omhoog